Geschiedenis

Korte geschiedenis

Op 1 oktober 1867 reden de eerste treinen tussen Turnhout en Tilburg. In de volksmond kreeg de lijn de naam van ‘Bels Lijntje’ omdat zowel aanleg als exploitatie in Belgische handen was. Die naam heeft het tot nu toe behouden. Het is nu een druk gebruikt toeristisch fietspad.

De verwachtingen van de lijn waren keer op keer hooggespannen. Steeds opnieuw werden ze echter niet waargemaakt.

Het begon al bij de aanleg. Vanaf midden negentiende eeuw werd er gepraat over een grensoverschrijdende spoorlijn tussen België en Nederland. Turnhout en Tilburg misten de boot omdat beide plaatsen in die tijd nog niet eens op het spoorwegnet in beide landen waren aangesloten. De voorkeur werd gegeven aan de lijn Antwerpen-Roosendaal-Rotterdam, in 1855 in gebruik genomen. De grootste tekortkoming van die lijn was het ontbreken van een brug over het Hollands Diep bij Moerdijk.

Negen jaar later werd dan toch besloten tot de aanleg van de lijn Turnhout-Tilburg. Meerdere aansluitingen werden gepland zodat de lijn onderdeel zou uitmaken van de verbinding Amsterdam-Parijs. Een grote troef was de rechtstreekse verbinding met de industriegebieden in Henegouwen en Luik voor de aanvoer van grondstoffen naar steden als Tilburg, Den Bosch en Utrecht.

Onderlinge concurrentie, de trage uitbouw van het spoorwegnet in Nederland, slechte aansluitingen, afgelasten van doorgaande treinen, vervallen concessies en dreigende nationalisatie – uiteindelijk in 1898 doorgevoerd – maakten dat het Bels Lijntje niet ten volle werd benut.

Die nationalisatie leverde toch een lichtpuntje op. Tegelijkertijd werd beslist de overbezette spoorlijn Antwerpen-Roosendaal voor het goederenvervoer te ontlasten ten voordele van Turnhout-Tilburg. De bestaande kleine stationnetjes van Baarle-dorp en Weelde-Merksplas zouden die drukte niet kunnen verwerken. Dus werd besloten tot de aanleg van een groots opgevat grensstation waar werkelijk niets ontbrak, om een vlotte internationale dienst te kunnen verzekeren. Reeds in 1906 werd het station Baarle-Nassau-grens/Weelde-Staat in gebruik genomen. Daardoor ontstond er zelfs een nieuwe dorpsgemeenschap, vandaag gekend als Baarle-Grens (NL) en Weelde-Station (B).

Ondanks deze uitbreidingen – in 1900 werd in Nederland ook de zijtak Riel-Goirle in gebruik genomen – is de lijn Turnhout-Tilburg nooit een belangrijke spoorweg geworden. Noodzakelijke werken als uitbreiding van station Turnhout en aanleg van dubbelspoor werden niet uitgevoerd.

Op lokaal vlak kreeg het Bels Lijntje vanaf 1909 concurrentie van de tram Tilburg-Turnhout: lagere tarieven en meerdere haltes, vooral in de dorpen zelf. Ook de Eerste Wereldoorlog had een remmende invloed op de ontwikkeling van de spoorlijn Turnhout-Tilburg: grensoverschrijdend verkeer werd onmogelijk omdat het stationscomplex aan de grens in tweeën werd gedeeld door een pikkeldraadversperring. Na de oorlog gaven andere vervoermiddelen als de autobus en vrachtwagen de genadeklap. In 1934 stopte het personenvervoer. In 1973 reed de laatste goederentrein.

Toch werden in de laatste decennia nog grote investeringen gedaan: na de Tweede Wereldoorlog werd de spoorbrug in Turnhout vervangen en in Tilburg kwam nog in 1958 een omlegging rond de stad, nodig vanwege de aanleg van een verhoogd spoor in Tilburg.

De balans van het Bels Lijntje is evenwel zeker niet op alle vlakken negatief. De lijn heeft bijgedragen aan de ontsluiting van dit deel van de Kempen.

Maar is ook een grote stimulans voor de landbouw geweest. Na aanleg van de spoorlijn zijn grote hoeveelheden kunstmest en stadsgier aangevoerd, waardoor – met het Kanaal van Dessel naar Schoten – de ontginning van woeste gronden op gang kwam. Heide werd omgezet in akker- en weiland. Het landschap is er sterk door veranderd.

Ook de plaatselijke ledernijverheid in Alphen en Riel profiteerde van de aanleg van de lijn: grote hoeveelheden schors en huiden werden aangevoerd. Het grootste deel van het leder werd later weer per spoor uitgevoerd.

Na verloop van tijd werd het vervoer van steenkool steeds belangrijker. Die ging vooral vanuit de Belgische mijnen naar Nederland. Zeker voor Tilburg, dat tot 1920 moest wachten op aansluiting op een waterweg, was de spoorlijn de aangewezen manier om bulkgoederen te vervoeren. Vanuit de streek ging er dan weer dennenhout naar de mijnen.

Van 1974 waren er nog toeristische stoomtreinritten over het Hollandse deel van het traject. In 1982 werd daar geen toelating meer voor gegeven. De aftakeling van het Bels Lijntje was onafwendbaar. In 1986 verdwenen op het Belgisch deel de bielzen, kort daarna in Nederland. De zijlijn naar Goirle was al tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers opgebroken.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw was men al begonnen met de afbraak van spoorgebouwen en rails. Van de 28 wachthuisjes bij de overwegen resten er nu nog vijf. De stations van Riel en Alphen zijn verdwenen. Het grote stationsgebouw aan Baarle-grens is in 1959 grotendeels gesloopt, op twee ‘stompen’ na, die inmiddels ook zijn verdwenen. Weinig herinnert nu langs het Bels Lijntje nog aan het spoorverleden.

In 1990 is het toeristisch fietspad feestelijk in gebruik genomen: het eerste feestje rond het Bels Lijntje. In 1867 werd de lijn in alle stilte geopend. Vanwege een cholera-epidemie moesten toen alle festiviteiten worden afgelast. In 2017 wordt uitgebreid stil gestaan bij ‘150-jaar Bels Lijntje’. Het spoorverleden kan vanaf dan ook weer beter worden geproefd.